Orthopedisch chirurg Jan Ide de Jong: “Welke soort knieprothese is voor u de beste?”

Bent u binnenkort toe aan een nieuwe knie? Orthopedisch chirurg Jan Ide de Jong praat u alvast bij over de komende operatie. Welke van de soorten knieprotheses wordt het: een halve of totale knieprothese? Hoe vaak kan een kunstgewricht vervangen worden en zijn er goede én slechte protheses?
Knieprothese
Orthopedisch chirurg Jan Ide de Jong heeft in een vorig artikel uitgebreid uitgelegd wanneer een knieprothese overwogen moet worden. Nu neemt hij u mee naar de volgende stap: voor welke soort knieprothese kunt u het beste kiezen?
“Grofweg bestaan er twee categorieën knieprothesen,” legt hij uit. “En dat zijn ‘halve knieprothesen’ en ‘hele, of te wel totale knieprothesen’. Wat het verschil is en welke het meest geschikt is voor uw situatie? Dat ga ik u in dit artikel uitleggen.”

Halve knieprothese

Soms is maar één deel van het kniegewricht aangedaan door knie-artrose of een ander kraakbeenprobleem. Vooral bij mensen met bijvoorbeeld O-benen komt dit vaak voor.
“U komt dan mogelijk in aanmerking voor een halve knieprothese. Daar plaats ik echter wel een kanttekening bij. Het resterende deel van het kraakbeen in de knie kan met zo’n halve prothese soms ook wat sneller gaan slijten. Het komt dus niet zelden voor, dat uiteindelijk ook deze vervangen moet worden door een hele kunstknie,” zegt Jan Ide de Jong. “Maar dit is geen reden om het niet te doen. Een goed geplaatste halve knie gaat net zo lang mee als een hele knie. Onder het mom ‘weggooien is zonde’ als de rest van de knie nog goed is, kies ik liever voor een halve knie. Het betreft doorgaans de wat jongere patiënt – 50 tot 70 jaar – en is een alternatief voor de zogenaamde standsveranderings-operatie. Het gaat immers om een geïsoleerde slijtage die bijvoorbeeld alleen aan de binnenzijde van de knie aanwezig is.”

Totale knieprothese

Als de slijtage van het kraakbeen niet beperkt is tot één gedeelte van het gewricht, zal de orthopedisch chirurg altijd een totale knieprothese voorstellen.
De Jong: “De drie te vervangen compartimenten van de knie bestaan uit de binnenzijde, buitenzijde en de voorzijde van het gewricht met de knieschijf. Doorgaans zal de specialist deze laatste in tact laten. Zelfs bij al gevorderde slijtage van de knieschijf, omdat de ervaring geleerd heeft dat vervanging van dat deel meestal niet nodig is. Patiënten hebben er geen last van als we het gewrichtsvlak met de knieschijf ongemoeid laten. De mogelijkheid om de knieschijf te bekleden met een kunststof glijvlak is er dus wel. Dat heet dan een resurfacing van de knieschijf.”
De knieprothese wordt meestal vastgelijmd met botcement. Maar soms als de botkwaliteit het toelaat, kan de chirurg ook kiezen voor een “ingroei” prothese, vergelijkbaar met de keuze bij een heupprothese.

Niet te vroeg een knieprothese

Een nadeel van de alle kunstgewrichten is, dat ze een beperkte levensduur hebben. Ze gaan gemiddeld zo’n 15 jaar mee. Hoe lang een knieprothese meegaat, wordt onder andere bepaald door leeftijd, botkwaliteit, belasting en lichaamsgewicht.
“Uiteindelijk zal er een zogenaamde ‘revisie’ moeten plaatsvinden. Dat betekent dat het oude exemplaar vervangen zal moeten worden door een nieuwe kunstknie,” zegt Jan Ide. “Deze tweede operatie is een stuk ingewikkelder voor een orthopedisch chirurg dan de eerste. Na weer eens 10 tot 12 jaar is ook deze knieprothese versleten of beter gezegd: er ontstaan hechtingsproblemen aan het bot. De kunstknie gaat dus loslaten en moet vervangen worden.”
Een tweede revisieoperatie – dus dan al de derde kunstknie – is een zeer complexe klus voor zowel de specialist als de patiënt geworden. Immers, de patiënt is inmiddels gemiddeld 25-30 ouder geworden, minder vitaal en de weefsel en botten zijn allemaal in kwaliteit achteruit gegaan. Er is dan meer kans dus op serieuze complicaties zoals een bacteriële infectie. Daarmee is de ingreep definitief mislukt. Het is nog maar de vraag of er ooit weer een prothese geplaatst kan worden.

Huidige generatie knieprotheses zijn goed

“Er zijn tientallen soorten knieprothesen ontwikkeld en er worden in Nederland verschillende van deze regelmatig geïmplanteerd. Vaak wordt de vraag gesteld: welke knieprothese is het beste?,” aldus de orthopeed. “In feite is daar moeilijk een antwoord op te geven, mede omdat er bij het plaatsen van een prothese net als bij elke andere operatie risico’s gelopen worden. Deze zijn onafhankelijk van de soort prothese, maar bepalen wel hoe goed of slecht de uitkomst van de operatie is. U mag ervan uit gaan dat in Nederland geen slechte knieprothesen geplaatst worden. Het is dus niet nodig om u hier zorgen over te maken.”
Volgens Jan Ide de jong is men wel voortdurend op zoek naar verbetering van de bestaande knieprothesen, vooral met betrekking tot de levensduur en de tevredenheid van de patiënt over de ‘nieuwe knie’ na de operatie.
“Maar dat betekent niet dat de huidige knieprothesen niet voldoen of niet altijd even goed zouden zijn.”

Onderzoek nieuwe knieprothesen

Toch bestaat er nog geen prothese die de normale functie van het kniegewricht precies kopieert. Eén op de vijf patiënten met een knieprothese geeft aan dat die anders voelt dan de eigen knie. Door technologische ontwikkelingen kunnen protheseproducenten wel steeds beter de normale beweging van de knie benaderen.
“Bij het plaatsen van een standaard knieprothese wordt altijd de voorste kruisband weggehaald en even zo vaak ook de achterste kruisband. Dit om ruimte te maken voor het plaatsen van de knieprothese. Een producent heeft een nieuw type prothese ontwikkeld met een andere vorm, waardoor de kruisbanden behouden kunnen blijven, ”geeft De Jong als voorbeeld. Computermodellen laten zien dat deze knieprothese de natuurlijke buiging van de knie beter benadert dan de veelgebruikte standaard protheses. Verder onderzoek en de ervaringen opgedaan in de praktijk moeten echter nog aantonen dat zo’n nieuw type prothese ook daadwerkelijk langer mee gaat dan de huidige types. Ook moet nog blijken of de patiënt er blijer mee is.”

Last but not least

Aan het einde van het interview wil Jan Ide de Jong toch nog wat kwijt:

“Een ‘goede’ prothese in handen van een matige chirurg geeft geen garantie op een goed resultaat. Een ‘mindere’ prothese in handen van een goede chirurg kan wel degelijk aan alle verwachtingen voldoen.”

Animatievideo van plaatsing knieprothese

Hier ziet u in een animatievideo hoe een totale knieprothese meestal geplaatst wordt.

Röntgenfoto van knieprothese

knieprothese 2Nadat een knieprothese geplaatst is, wordt meestal direct een röntgenfoto van de knie gemaakt. Zo kan de chirurg meteen zien of alles in orde is. Hiernaast ziet u een voorbeeld van zo’n röntgenfoto. Links: voor-aanzicht van de knie met de prothese. Rechts: zij-aanzicht van dezelfde knie met de prothese.


Referenties

Bron animatievideo: Nederlandse Orthopaedische Vereniging (NOV), Dr. H.J. Mencke.
Bron röntgenfoto: Hwang, S.-C. et al. (2010) Revision total knee arthroplasty with a cemented posterior stabilized, condylar constrained or fully constrained prosthesis: a minimum 2-year follow-up analysis. Clinics in Orthopedic Surgery 2:112–120.

Deel dit bericht

Stuur door via e-mail Print pagina

Gratis boekje "Bewegen zonder pijn"

Download nu gratis het boekje ‘Bewegen zonder pijn’ t.w.v. € 4,95.

Download gratis

Heeft u vragen? Wij helpen u graag.
Neem contact op.

Meer artikelen lezen in ons kenniscentrum

Beoordeling van dit artikel:
[Totaal: 75    Gemiddelde: 4.2/5]
Eugene Matthijssen

Geschreven door Eugène Mathijssen

Hoofdredacteur van Bewegen zonder Pijn. Gezondheidsjournalist en auteur van diverse gezondheidsboeken. Zijn belangstelling gaat vooral uit naar alternatieve behandelingsmogelijkheden en andere natuurlijke kruiden en substanties met geneeskrachtige eigenschappen.
Neem contact op Eugène Mathijssen

Reacties