Kunnen Hyaluronzuur, Glucosamine, Chondroïtine of MSM helpen bij artrose?

Veel mensen met gewrichtsproblemen (vooral artrose, maar ook hardnekkige stijfheid) gebruiken korte of langere tijd Hyaluronzuur, Glucosamine, Chondroïtine of MSM, in de hoop dat één van deze middelen, of een combinatie ervan, de pijn in de gewrichten zal verminderen. Er zijn artsen die het gebruik van deze supplementen ontraden, omdat de werking ervan bij mensen met artrose nog niet bewezen is. Anderen hebben er niet echt een mening over, of zijn er niet in geïnteresseerd en laten het hun cliënten gebruiken vanuit een ‘baat het niet, dan schaadt het niet’-principe. En een enkeling moedigt het gebruik van één of meerdere van deze middelen juist aan. Maar hoe zit dat nu écht met Hyaluronzuur, Glucosamine, Chondroïtine en MSM?

Zoals verder toegelicht op de pagina ‘Hoe zit kraakbeen in elkaar?’, zijn Hyaluronzuur, Glucosamine en Chondroïtine belangrijke onderdelen van de kraakbeenmatrix. De gedachte achter het gebruik van deze middelen is, dat het tekort aan bouwstoffen voor het beschadigde kraakbeen bij mensen met artrose wordt aangevuld door er relatief grote hoeveelheden van in te nemen.

Hyaluronzuur bij artrose

Hyaluronzuur wordt vaak door middel van een injectie in het artrotische gewricht gespoten, maar het is ook oraal in te nemen.

Van de injecties is bekend dat ze vaak wel een (tijdelijk) remmend effect hebben op de pijn in het gewricht [1,2,3,4], hoewel dit niet in alle gevallen zo is. Dit lijkt afhankelijk te zijn van het soort gebruikte Hyaluronzuur, en daarnaast zijn sommige gewrichten en specifieke gewrichtsaandoeningen minder geschikt voor deze behandeling [5,6]. Ook kan bij sommige mensen door deze injectie een heftige ontstekingsreactie veroorzaakt worden wanneer de behandeling enkele keren herhaald wordt, zoals bij de toepassing van Synvisc® wel eens gebeurd is [7]. Dit waren waarschijnlijk vertraagde overgevoeligheidsreacties [7].

Hoe werkt zo’n Hyaluronzuur-injectie? Er wordt met een naald een paar milliliter vocht in het gewricht gebracht, samen met Hyaluronzuur, wat ervoor zorgt dat er tijdelijk meer gewrichtsvloeistof is. Hyaluronzuur zorgt er voor dat het vocht vervolgens niet meteen het gewricht verlaat, want Hyaluronzuur heeft de moleculaire eigenschap dat het water vasthoudt, en het zijn te grote moleculen om het gewricht te kunnen verlaten zonder eerst deels afgebroken te worden. Deze injectie zorgt dus voor wat meer demping van de krachten op het gewricht, wat een verlichtend effect op de pijn kan hebben. Omdat Hyaluronzuur bijdraagt aan de smering van het gewricht, kan dit tijdelijk verbeteren. Vaak moet de injectie wel bijvoorbeeld ieder half jaar herhaald worden, omdat de injecties geen omkeer in het ontstekingsproces kunnen bewerkstelligen [3].

In juni 2013 heeft de AAOS, de ‘American Academy of Orthopaedic Surgeons’, aangegeven dat Hyaluronzuur-injecties niet langer aanbevolen worden bij de behandeling van artrose. Sinds begin 2015 wordt deze behandeling dan ook niet meer vergoed in Nederlandse ziekenhuizen.

Van de orale inname van Hyaluronzuur zijn nog niet veel positieve resultaten bekend. Een recente klinische studie met patiënten met knie-artrose liet zien dat het erg moeilijk was om een significant verschil te zien tussen Hyaluronzuur en een placebo [8]. Maar in deze studie bestond de behandeling van zowel de Hyaluronzuur-groep als de placebo-groep voor een belangrijk deel uit speciale oefeningen voor de knie. Daardoor ging het óók met de placebo-groep beter dan aan het begin van de studie. Ten opzichte hiervan werd de groep die daarnaast Hyaluronzuur kreeg, niet zo veel beter. Ook bij paarden leidde oraal ingenomen Hyaluronzuur niet tot de verwachte verbeteringen van de symptomen van osteochondrose [9]. Waarschijnlijk zijn er problemen met de opname vanuit het maag-darm-kanaal. Bij ratten, die Hyaluronzuur oraal kregen toegediend, verliet 86,7-95,6% van de ingenomen hoeveelheid Hyaluronzuur binnen 3 uur het lichaam, via de feces en de urine [10]. In een kniegewricht werd pas na 48 uur de hoogste concentratie Hyaluronzuur gemeten, wat op dat moment slechts 1,7% van alle nog in het lichaam aanwezige Hyaluronzuur was [10]. Het oraal innemen van Hyaluronzuur bij knie-artrose wordt dus afgeraden vanwege een gebrek aan bewezen klinische effecten, en vanwege een matige opname door het lichaam waardoor dit gebrek aan effect uitgelegd kan worden.

Glucosamine en artrose

Glucosamine-supplementen zijn onder de Nederlandse bevolking met artrotische gewrichtsklachten erg populair in gebruik. Maar, zoals genoemd in de inleiding hierboven, veel specialisten zien hier niet veel heil in, hoewel sommige Glucosamineproducten als geneesmiddel geregistreerd staan. Hoe komt dat?

Glucosamine is een bouwsteen voor Glycosaminoglycanen die op hun beurt weer Proteoglycanen vormen, en volgens de voorstanders van Glucosamine-gebruik kan extra inname van Glucosamine bijdragen aan de opbouw van kraakbeen en van smeringsmoleculen, met verlichting van de pijn en meer soepelheid tot gevolg. Glucosamine-preparaten, zoals Glucosaminesulfaat en Glucosaminehydrochloride, worden relatief goed opgenomen door het maag-darmkanaal, en kunnen de gewrichten tamelijk goed bereiken [11]. Toch werkt Glucosamine bij lang niet alle artrose-patiënten positief, ook niet na langdurig gebruik.
Dit heeft ook een belangrijke meta-analyse van de Universiteit van Bern (Zwitserland) ook laten zien: er werd na combinering van de resultaten van 10 studies (samen 3786 deelnemers!) geen significante verbetering gevonden ten opzichte van placebo’s bij mensen met heup- en knie-artrose [12]. In het slot van de bijbehorende publicatie wordt stellig verklaard dat er geen relevante pijnvermindering en geen verandering van de gewrichtsruimte (joint space width) van Glucosamine en Chondroïtine verwacht moet worden, en dat, hoewel deze preparaten veilig in gebruik zijn, ze zeker niet door de zorgverzekeraars vergoed zouden moeten worden [12]. Het gebruik van Glucosamine lijkt bij veel mensen dus gebaseerd te zijn op een placebo-effect.

Toch zijn er een beperkt aantal mensen met beginnende gewrichtsklachten die na zo’n drie maanden Glucosaminegebruik merken dat het de klachten wel iets kan verlichten, al treedt er vaak na verloop van tijd gewenning op en worden de klachten dan weer erger [12]. Bij deze mensen is waarschijnlijk sprake geweest van een daadwerkelijk tekort aan bouwstoffen voor kraakbeen. Maar wanneer de ontsteking ten gevolge van de kraakbeenschade niet geremd wordt, zal uiteindelijk ook dat nieuwe kraakbeen weer aangetast worden, en komen de klachten terug. Glucosamine kan dus een tijdelijke, goedkope uitweg zijn, maar het is niet werkzaam tegen ontstekingen, en dus niet dé oplossing in de strijd tegen artrose.
Ook Glucosamine wordt daarom niet langer door de AAOS aanbevolen, zie deze pagina.

Bij het gebruik van Glucosamine treden soms hoofdpijn en misselijkheid als bijwerkingen op. Dit is te voorkomen door het met een ruime hoeveelheid water, of met wat voedsel, in te nemen. Mensen met een schaaldierallergie moeten er bovendien rekening mee houden dat veel Glucosamineproducten gebaseerd zijn op Glucosamine uit schaaldieren. Er zijn voor deze mensen ook plantaardige (en dus 100% vegetarische) producten verkrijgbaar.

Chondroïtine bij artrose

Evenals Glucosamine is Chondroïtine een bouwsteen van glycosaminoglycanen. De gedachte achter het innemen van Chondroïtine is hetzelfde als bij Glucosamine. Er zijn ook wel supplementen met de combinatie Glucosamine-Chondroïtine te koop, al dan niet met extra MSM, omdat dit vollediger zou zijn dan deze middelen los van elkaar. Toch is in de praktijk de effectiviteit van deze combinatiemiddelen niet beter gebleken dan de individuele supplementen. Dit was ook de conclusie van de eerder besproken grote meta-analyse van de Universiteit van Bern [12]. De AAOS adviseert het gebruik van Chondroïtine dan ook niet (zie nieuwsbericht).

MSM en artrose

MSM (dit staat voor MethylSulfonylMethaan) is een zwavelverbinding, waarvan aangenomen wordt dat dit de aanmaak van kraakbeen kan bevorderen, omdat kraakbeen veel zwavel bevat (denk bijvoorbeeld aan Chondroïtinesulfaat en Glucosaminesulfaat). Vanuit dezelfde gedachte wordt ook wel eens gezegd dat, wanneer men Chondroïtine of Glucosamine wil slikken, de betere keuze zou vallen op Glucosaminesulfaat of Chondroïtinesulfaat ten opzichte van bijv. Glucosaminehydrochloride.
Inderdaad is in een systematische review over alle klinische studies met deze zwavelhoudende verbinding MSM wel een enigszins positief resultaat gevonden bij mensen met knie-artrose, hoewel de auteurs zeggen dat er nog niet al te veel geconcludeerd mag worden omdat veel van de beoordeelde studies nog niet voldoen aan de officiële betrouwbaarheidseisen [13]. Na publicatie van deze review is nog een nieuwe studie verschenen, waarin MSM een significant, maar nog wel marginaal positief effect had ten opzichte van het placebo [14]. Een probleem met deze laatste studie is, dat de patiënten slechts gedurende 3 maanden gevolgd werden, en langetermijnresultaten dus niet bekend zijn [14]. Al met al is dus ook MSM een middel dat niet eenduidig gesteund wordt door studieresultaten. Mogelijk kan het bij sommige mensen met beginnende gewrichtsklachten een periode helpen, maar MSM neemt dus niet de ontstekingshaard weg, zoals ook bij Hyaluronzuur, Glucosamine en Chondroïtine niet het geval is.

Lees verder over de toepassing van Hyaluronzuur, Glucosamine, Chondroïtine en MSM bij mensen met reuma.

Lees meer artikelen in het Kenniscentrum.

[1] Vincent, H.K.; Montero, C.; Conrad, B.P.; Horodyski, MB.; Connelly, J.; Martenson, M.; Seay, A.N.; Vincent, K.R. (2013) “Functional pain,” functional outcomes, and quality of life after hyaluronic acid intra-articular injection for knee osteoarthritis. Physical Medicine and Rehabilitation Article in Press (15-4-2013);1934-1482.

[2] Strand, V.; Baraf, H.S.B.; Lavin, P.T.; Lim, S.; Hosokawa, H. (2012) A multicenter, randomized controlled trial comparing a single intra-articular injection of Gel-200, a new cross-linked formulation of hyaluronic acid, to phosphate buffered saline for treatment of osteoarthritis of the knee. Osteoarthritis and Cartilage 20;350-356.

[3] Alberto, M.; Umberto, M.; Emanuele, B.; Bruno, L.; Valentina, G.; Prisco, P.; Mauro, G.; Sandro, T. (2011) Intra-articular injection of hyaluronic acid (MW 1,500-2,000 kDa; HyalOne®) in symptomatic osteoarthritis of the hip: a prospective cohort study. Archives of Orthopaedic and Trauma Surgery 131;1677-1685.

[4] Bannuru, R.R.; Natov, N.S.; Dasi, U.R.; Schmid, C.H.; McAlindon, T.E. (2011) Therapeutic trajectory following intra-articular hyaluronic acid injection in knee osteoarthritis – meta-analysis. Osteoarthritis and Cartilage 19;611-619.

[5] Hsieh, L.-F.; Hsu, W.-C.; Lin, Y.-J.; Chang, H.-L.; Chen, C.-C.; Huang, V. (2012) Addition of intra-articular hyaluronate injection to physical therapy program produces no extra benefits in patients with adhesive capsulitis of the shoulder: a randomized controlled trial. Archives of Physical Medicine and Rehabilitation 93;957-964.

[6] DeGroot III, H.; Uzunishvilli, S.; Weir, R.; Al-omari, A.; Gomes, B. (2012) Intra-articular injection of hyaluronic acid is not superior to saline solution injection for ankle arthritis. The Journal of Bone and Joint Surgery. American Volume 94;2-8.

[7] Monfort, J.; Lisbona, M.P.; Gimenez-Arnau, A.; Iglesias, M.; Llorente-Onaindia, J.; Benito, P. (2013) Immunoallergic reaction following intraarticular injection of high molecular weight hyaluronic acid. Joint Bone Spine Article in Press (15-4-2013).

[8] Tashiro, T.; Seino, S.; Sato, T.; Matsuoka, R.; Masuda, Y.; Fukui, N. (2012) Oral administration of polymer hyaluronic acid alleviates symptoms of knee osteoarthritis: a double-blind, placebo-controlled study over a 12-month period. The Scientific World Journal 2012;Article ID 167928.

[9] Carmona, J.U.; Argüelles, D.; Deulofeu, R.; Martínez-Puig, D.; Prades, M. (2009) Effect of the administration of an oral hyaluronan formulation on clinical and biochemical parameters in young horses with osteochondrosis. Veterinary and Comparativ Orthopaedics and Traumatology 22;455-459.

[10] Balogh, L.; Polyak, A.; Mathe, D.; Kiraly, R.; Thuroczy, J.; Terez, M.; Janoki, G.; Ting, Y.; Bucci, L.R.; Schauss, A.G. (2008) Absorption, uptake and tissue affinity of high-molecular-weight Hyaluronan after oral administration in rats and dogs. Journal of Agricultural and Food Chemistry 56;10582-10593.

[11] Persiani, S.; Rotini, R.; Trisolino, G.; Rovati, L.C.; Locatelli, M.; Paganini, D.; Antonioli, D.; Roda, A. (2007) Synovial and plasma glucosamine concentrations in osteoarthritic patients following oral crystalline glucosamine sulphate at therapeutic dose. Osteoarthritis and Cartilage 15;764-772.

[12] Wandel, S.; Jüni, P.; Tendal, B.; Nüesch, E.; Villiger, P.M.; Welton, N.J.; Reichenbach, S.; Trelle, S. (2010) Effects of glucosamine, chondroitin, or placebo in patients with osteoarthritis of hip or knee: network meta-analysis. British Medical Journal 341;c4675.

[13] Brien, S.; Prescott, P.; Bashir, N.; Lewith, H.; Lewith, G. (2008) Systematic review of the nutritional supplements dimethyl sulfoxide (DMSO) and methylsulfonylmethane (MSM) in the treatment of osteoarthritis. Osteoarthritis and Cartilage 16;1277-1288.

[14] Debbi, E.M.; Agar, G.; Fichman, G.; Bar Ziv, Y.; Kardosh, R.; Halperin, N.; Elbaz, A.; Beer, Y.; Debi, R. (2011) Efficacy of methylsulfonylmethane supplementation on osteoarthritis of the knee: a randomized controlled study. BMC Complementary and Alternative Medicine 2011 11;50.

Deel dit bericht

Stuur door via e-mail Print pagina

Meer artikelen lezen in ons kenniscentrum

Gratis boekje "Bewegen zonder pijn"

Download nu gratis het boekje ‘Bewegen zonder pijn’ t.w.v. € 4,95.

Download gratis

Heeft u vragen? Wij helpen u graag.
Neem contact op.

Beoordeling van dit artikel:
[Totaal: 45    Gemiddelde: 4.1/5]
(advertentie)
Gezondheid aan huis